Geloofsopvoeding en Pesach

Vanavond wordt in Joodse gezinnen (op de eerste avond van Pesach) de sedermaaltijd gehouden. De ouders vertellen het verhaal van de uittocht van het volk Israël uit Egypte. Tijdens deze maaltijd stelt het kind de vraag: “Pap, wat maakt deze avond anders dan alle anderen?”. De Haggada leert de ouders dat de manier waarop kinderen deze vraag stellen enorm kan verschillen en brengt daarom vier verschillende “kinderen” in beeld. Hiervan kunnen ook wij veel leren voor de geloofsopvoeding van onze eigen kinderen.

 

1. Het wijze kind

Het wijze kind beschouwt zichzelf als deel van de gemeenschap. Het wil de uitdaging aangaan en discussiëren over Bijbelteksten. Nieuwsgierig vraagt het door naar de diepere betekenis. Veel ouders (en tienerwerkers) zijn blij met zulke jongeren. Maar een Joodse rabbijn waarschuwt. Wie zegt dat er in het hart een oprecht verlangen naar de Eeuwige is? Functioneren de kennisvragen soms niet als bliksemafleider, waardoor het gesprek van hart tot hart buiten bereik blijft?
Hoeveel tieners geven ons week in week uit de “gewenste” antwoorden zonder een persoonlijk gesprek?

 

2. Het rebelse kind

Het rebelse kind zet zichzelf tegenover de volwassenen. Zolang hem de relevantie van bepaalde geloofsaspecten niet duidelijk wordt, positioneert het kind zich buiten de geloofsgemeenschap. Het vraagt rechtstreeks aan de volwassenen: wat betekenen deze dingen voor jou?
Waarom zouden we elke zondag uit ons bed komen voor de kerk? Is onze buurman die niet naar de kerk gaat niet christelijker? Hij is veel vredelievender dan jij, pa?
Geef ruimte voor kritiek en proef de onderliggende emotie bij je tiener. Is het protest, scepticisme, uitdagen of teleurstelling?

 

3. Het naïeve kind

Dit kind bewandelt de weg van de verwondering. Het kijkt met grote ogen de wereld in en vraagt naar het waarom van de dingen. Het kan zijn dat je tiener vooral geniet van de veiligheid die het gezin en de christelijke gemeenschap met zich meebrengt.
Het kan ook zijn dat de weg naar het hart van jouw tiener het best bereikbaar is via de beleving. Veel van hen willen God ervaren. Probeer samen te zoeken naar vormen waardoor jij met je tiener via de ervaring kan communiceren over het geloof. Luister samen naar muziek. Misschien moet je samen naar een EO-jongerendag.

 

4. Het stille kind

Dit kind stelt geen vraag. Het kan zijn dat je een gesloten kind hebt dat uit zichzelf geen vragen stel. De pubertijd kan überhaupt een levensfase zijn waarin je tiener weinig open lijkt te staan voor een gesprek. Zorg ervoor dat je beschikbaar bent op die momenten dat de vragen wel komen. Weet ook dat jouw leven gelezen wordt door de tiener. Jij bent de Bijbel die de tiener elke dag leest.

 

Conclusie

De rabbijnen dagen ons uit om verder te kijken dan dat wat voor ogen is. We zullen moeten luisteren naar de toon en de intentie van de vraag die de volgende generatie ons stelt. We zullen moeten antwoorden vanuit ons hart in aansluiting op de leefwereld en de emotie die het kind heeft. Soms bevestigend, soms confronterend, maar altijd vanuit een kloppend hart en met het oog op het geestelijke welzijn van onze tieners.
Blijf zoeken naar een verdieping van je eigen geloofsleven. Je kunt namelijk alleen maar uitdelen aan je tiener van wat je zelf hebt ontvangen. Je tiener voelt haarfijn aan waar je hart vol van is, dus neem de tijd om je te laten vullen met zijn Woord en Geest.

Samenvatting: Hoofdstuk 1 van “Heilig Vuur, Jongeren leren geloven, hopen en liefhebben” van Corjan Matsinger.

 

Fillmpje: Haggada in beeld

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *